De Rotterdamse wijk Feijenoord staat aan de vooravond van een grote make-over. Overal in de wijk duiken ambitieuze nieuwbouwplannen op. Wijkbewoner Elif (45) ziet deze ontwikkeling van dichtbij gebeuren en vertelt hoe haar buurt hierdoor verandert.
Aan de zuidoever van de Maas ligt de wijk Feijenoord. Hier zette de tweede stad van ons land ooit de eerste stap over de rivier, hier begon de moderne uitbreiding van een van de grootste havens ter wereld, en deze wijk gaf haar naam aan de voetbalclub die zestien keer landskampioen werd. Feijenoord staat van oudsher bekend als een echte arbeiderswijk, met een volks karakter en lage inkomens. De wijk heeft veel meegemaakt in haar rijke geschiedenis, en nu dient zich opnieuw een nieuw hoofdstuk aan.
De Kaai. Beeld: dekaairotterdam.nl
In de hele wijk starten er de komende jaren allerlei grote woningbouwprojecten, zoals De Kaai of op het voormalige terrein van Hunter Douglas. Daardoor komen er volgens de gemeente ongeveer 3.500 woningen bij en trekt Feijenoord dus een hoop nieuwe bewoners aan. Wie de architectuurvisualisaties bekijkt, valt op dat de woningen modern en luxe ogen, wat opvallend is in een oude arbeiderswijk. Er worden wel enkele sociale huurwoningen toegevoegd, maar een groot deel bestaat uit koopwoningen of duurdere huursegmenten. De gedachte daarachter is dat duurdere woningen in een laaginkomensgebied moeten zorgen voor een diverse wijk.
Door al die nieuwbouw zal de wijk ongetwijfeld veranderen. Niet alleen het straatbeeld, maar ook het karakter van de wijk. Hoe is dat voor iemand die hier al woont? Dat horen we van Elif (45), een Turks-Nederlandse vrouw die al vijftien jaar in Feijenoord woont.
De ‘V-Tower’ aan de Piekstraat. Beeld: Zorg Vastgoed Management.
Diverse wijk
Hoewel Elif de geplande gebouwen mooi vindt en in principe geen moeite heeft met de komst van rijkere bewoners, is ze toch niet echt enthousiast over de huidige nieuwbouwplannen. “Ik vind niet alles aan de nieuwbouwplannen van De Kaai goed. Er is maar een klein beetje plek voor sociale huur, en de rest is voor mensen met een hoog inkomen.” Volgens de website van de projectontwikkelaar van De Kaai is 10% van de woningen bestemd voor sociale huur. De helft van de woningen bestaat uit middeldure huur. Iets minder dan een derde betreft koop- en vrije sectorwoningen, terwijl 13 procent in het topsegment valt.
Elif denkt verder ook dat het plan om de wijk diverser te maken ook niet gaat werken. “Ze zeggen dat hoge en lage inkomens moeten mengen, maar juist het tegenovergestelde gebeurt. Mensen met een laag inkomen zien de mensen met een hoger inkomen en denken: ‘we zijn minder dan zij.’”
“Ik merk ook dat de nieuwe rijke bewoners bij hun eigen groep blijven. Ik fiets altijd overal, en vooral in de zomer zie ik veel mensen buiten zitten. Maar ze blijven alleen op hun stoep, naast hun eigen buren. Ik zie niet dat ze naar het plein of het buurthuis komen en vragen: ‘Wat hebben jullie hier? Wat doen jullie? Kunnen wij misschien mee?’ Dat gebeurt weinig. Iedereen heeft zijn eigen groep. Hoge inkomens hebben hun eigen groep, en lage inkomens ook.”
Dat er verschillende ‘groepjes’ zijn, vindt Elif op zich niet erg, zolang er wederzijds respect is. “Als wij respect hebben voor elkaar, dan vind ik het niet erg. Maar als het respect er niet is, dan is het wel erg.”
Gevoel van minderwaardigheid
Elif ziet dat de verschillen tussen hoge en lage inkomensgroepen soms letterlijk zichtbaar worden op straat:
“Bij mij in de buurt zijn mensen met hoge inkomens komen wonen. Zij hebben op de stoep een bankje, een parasol en bloempotten gezet. Heel mooi, heel leuk, maar dan heb je geen loopplek meer voor de mensen in de wijk.”
“Veel mensen zeggen dan: ze zijn rijk, zij mogen dat. Maar als wij iets neerzetten, komt de gemeente meteen zeggen: ‘Mevrouw, dat mag niet.’ We worden niet gelijk behandeld door de gemeente, dat voel ik.”
Elif vertelt over een gevoel dat volgens haar onder sommige wijkbewoners leeft.
“Er is een nieuw gebouw gekomen waar rijke mensen zijn gaan wonen. En mensen denken dan: rijke mensen zijn hier gekomen, we worden straks gestuurd naar een andere, slechtere wijk. Daarom nemen mensen denk ik afstand van de nieuwkomers.”
De zorgen van Elif raken aan een bredere discussie over de gevolgen van gentrificatie. Veranderingen in de bevolkingssamenstelling kunnen gevoelens van onzekerheid en angst voor verdringing oproepen. Maar leidt gentrificatie ook daadwerkelijk tot minder verbondenheid met de buurt? Onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzochten dit aan de hand van het Rotterdamse Wijkprofiel. Anders dan verwacht vonden zij gemiddeld een klein positief verband tussen gentrificatie en buurtverbondenheid. Dat neemt niet weg dat individuele bewoners, zoals Elif, de veranderingen in hun wijk anders kunnen ervaren.
Wordt de wijk duurder?
Het kan maar zo dat Feijenoord een stuk duurder wordt door de opwaardering van de wijk. Als dat gebeurt, wordt het voor mensen met een lager inkomen moeilijker om binnen hun eigen buurt te verhuizen, of voor hun kinderen om op zichzelf te gaan wonen. Elif maakt zich daarom zorgen over haar 24‑jarige zoon:
“Als Feijenoorder, als Rotterdammer, wil ik de optie hebben om een redelijk goedkoop huis te kunnen vinden. Mijn zoon wil hier ook blijven wonen. Al zijn kennissen en vrienden zijn hier, en hij is hier opgegroeid, hij voelt zich hier thuis.”
“Vier jaar geleden, toen hij klaar was met school, begon mijn zoon met werken. Hij werkt nu gewoon fulltime, maar met het bedrag dat hij maandelijks verdient kan hij geen huis huren of kopen hier. De prijzen zijn te hoog geworden.”
“Vroeger was het meer een gemeenschap”
Toen Elif hier vijftien jaar geleden kwam wonen, voelde de wijk heel anders:
“Er zijn heel veel nieuwe huizen en winkels gekomen, en dat heeft de wijk veranderd. Het was hier vroeger rustiger. Het was gezellig met de buren en de omgeving. Nu merk ik dat er meer afstand is tussen buren. Dat merk ik nu als ik vergelijk met vroeger.”
“Vroeger was het meer een gemeenschap. Er kwamen toen niet veel grote groepen nieuwkomers, en inkomens waren meer gelijk. Nu is er een groot verschil. Mensen zijn geïsoleerd geraakt; ze zijn niet open meer. Mensen willen niet meer samen iets doen. Iedereen heeft zijn eigen groepje. De warmte is minder geworden: tussen buren, en in de hele wijk.”
Op de vraag of ze zich daarom zorgen maakt over de wijk, zegt ze het volgende:
“Ja, tuurlijk, ik woon nog steeds hier en ik hoop dat mijn zoon hier ook nog lang kan blijven wonen. Je wil dan echt een veilige, goede en hechte wijk hebben.”
Hoe kan de wijk veerkrachtig worden?
Ondanks haar zorgen blijft Elif hoopvol. Ze heeft duidelijke ideeën over hoe de verbondenheid in Feijenoord kan worden versterkt:
“Meer gemeentelijke organisatie kan helpen. Meer feestjes op straat, of informatiedagen in het buurthuis. Misschien briefjes in de brievenbus als uitnodiging voor bijeenkomsten waar buren elkaar kunnen leren kennen. Dat soort dingen.”