Van 17 tot en met 25 oktober vond de 26e editie van de Dutch Design Week plaats in Eindhoven. Het evenement liet opnieuw zien wat de kracht van ontwerp is bij het aanpakken van grote maatschappelijke vraagstukken, zoals ruimtelijke ordening.
Hoewel de dag begon als een echte koude oktoberdag, brak de zon in de loop van de middag toch door. Op en rond het Ketelhuisplein, verlicht door de middagzon, staan allerlei bijzondere werken opgesteld. Midden op het plein staat een abstracte stellage met vlaggen, kruiwagens en cementmolens. Daartegenover bevindt zich een constructie met kleurrijke zijden doeken, aangevuld met bordjes met informatieve teksten. Iets verderop staat een expositie die meer voor zichzelf spreekt: de nieuwe Polestar van Volkswagen, gepresenteerd op een sober plateau. Aan de randen van het plein staan glazen kassen, waar hordes bezoekers langs infographics, maquettes, media-uitingen, prototypes en allerlei andere creatieve werken lopen.
Dit was Eindhoven tijdens de Dutch Design Week, een week die volledig in het teken stond van, je raadt het al, design. Honderdduizenden mensen kwamen van heinde en verre naar de Lichtstad om de exposities en manifestaties van vindingrijke ontwerpers te bewonderen. Niet alleen op het Ketelhuisplein, maar verspreid over heel Eindhoven.
Het gaat niet om de eindbestemming, maar om de weg ernaartoe
Het thema van dit jaar is R.A.W., wat staat voor Rebel, Authentic, Worth. Kort gezegd betekent dit dat de aandacht weer meer naar het ontwerpproces moet gaan. In een tijd waarin AI en geavanceerde technologie een steeds grotere rol spelen, en waarin het vaak draait om het zo snel mogelijk bereiken van perfectie en een verfijnd eindresultaat, wil de Dutch Design Week juist terug naar de kern van ontwerp: het proces zelf.
Het gaat dan om onaffe, rauwe ontwerpen. Om onderzoeken, uitproberen en blijven experimenteren. Het is een poging om terug te keren naar authentiek, menselijk ontwerpwerk. Niet zozeer het eindresultaat staat centraal, maar juist de weg ernaartoe.
Op het inmiddels zonovergoten Ketelhuisplein zijn de uitdagingen van deze tijd dan ook goed zichtbaar. In dit deel van Strijp-S wordt volop gebouwd aan nieuwe woningen. Er staan al enkele woontorens die regelrecht uit een architectuurvisualisatie lijken te zijn gestapt, en ook de bouwgeluiden van toekomstige projecten zijn hier goed te horen. Toepasselijk, want ook het vormgeven van onze leefomgeving is een thema dat meermaals terugkomt op de Dutch Design Week.
Vormgeven van de leefomgeving
In een van de glazen kassen op het Ketelhuisplein bevindt zich de expositie Action-Reaction. Hier laat de gemeente Eindhoven zien hoe een stad voortdurend verandert door keuzes die op verschillende vlakken worden gemaakt: relaties, identiteit, waarde, ruimte en leefomgeving. Volgens de expositie is een stad echter geen optelsom van losse thema's, maar juist een samenhangend geheel waarin ontwikkelingen elkaar voortdurend beïnvloeden.
Action-Reaction: een interactieve kinetische installatie.
Om dat principe voelbaar te maken, hebben de makers een abstracte constructie gebouwd die door de aanwezige kinderen met veel plezier als speeltoestel wordt gebruikt. Met veel energie springen de kinderen op drukplaten en trekken ze aan hendels, waardoor zeilen uitklappen en blauwe spiralen gaan draaien. Zo zie je maar weer: elke actie heeft een reactie.
Daarmee wordt bedoeld dat iedere keuze nieuwe kansen met zich meebrengt, maar ook weer nieuwe vragen oproept. Het ontwerpen van een stad gaat daarom niet alleen over het leggen van bakstenen, maar juist over het begrijpen van de kettingreacties die elkaar voortdurend beïnvloeden.
Ook projectontwikkelaar Heijmans ziet de kracht van ontwerpdenken. Op vrijdag 23 oktober sprak directrice Lonneke Zuijdwijk tijdens de bijeenkomst How Design Works, een van de Mission Days van de Dutch Design Week. Ze vertelde daar dat ontwerpdenken al snel wordt geassocieerd met fysiek ontwerpen, zoals het schetsen van gebouwen, maar benadrukte dat Heijmans tegenwoordig steeds meer wil werken aan het ontwerpen van welzijn.
Bij Heijmans is men namelijk tot het inzicht gekomen dat duizenden perfect ontworpen woningen naast elkaar nog niet automatisch een sterke gemeenschap vormen. Zuijdwijk legt uit dat het bedrijf daarom minder vanuit techniek en meer vanuit de mens wil denken. Dat proberen zij onder meer te realiseren door gesprekken tussen verschillende groepen belanghebbenden te faciliteren.
-
Die gedachte klinkt ook door in de Rotterdamse wijk Feijenoord, waar bewoners nadenken over hoe het karakter behouden kan blijven in een wijk die ingrijpend verandert. Zo werkt het initiatief PiekFeijn ook aan plannen voor een ontmoetingsplek in de plint van de Piektoren. Daarmee sluit het aan bij een vraag die ook leeft onder Feijenoorders zoals Elif, die zegt dat "de warmte" in de wijk door de veranderingen minder is geworden. Dit laat zien dat het ontwerpen van een leefomgeving niet alleen draait om gebouwen, maar ook om de gemeenschappen die erin samenleven.
De presentatie van Lonneke Zuijdwijk eindigde met een citaat van een gerenommeerde Deense architect:
“First life, then spaces, then buildings - the other way around never works.”
Een zin die treffend laat zien dat we de manier waarop we normaal gesproken naar het ontwerpproces kijken, misschien wel moeten omdraaien.
-
Nederland staat voor een enorme woningbouwopgave. De landelijke ambitie is om jaarlijks 100.000 woningen te realiseren. Dat betekent dat sommige wijken de komende jaren ingrijpend veranderen. Nieuwe gebouwen, nieuwe bewoners en nieuwe voorzieningen veranderen niet alleen de fysieke omgeving, maar ook de manier waarop mensen samenleven.
Hoe zorgen we ervoor dat bestaande en nieuwe bewoners zich thuis voelen in een wijk die verandert? Wat betekent de groei voor de sociale samenhang, de voorzieningen en de identiteit van een buurt? En hoe bouwen we niet alleen meer woningen, maar ook aan sterke gemeenschappen?
Karabijn onderzoekt deze vraagstukken vanuit verschillende perspectieven. We brengen de ervaringen, belangen en ideeën van bewoners, ondernemers, ontwikkelaars en andere betrokkenen samen. Zo maken we zichtbaar wat er speelt, waar het schuurt en welke kansen er liggen. Om samen zicht te krijgen op het geheel en te ontdekken wat nodig is om wijken te ontwikkelen waar iedereen zich thuis kan voelen.